Begrippenlijst
Wat is GitHub?
En de rest van het jargon.
36 termen die developers gebruiken alsof iedereen ze kent. Je hoeft ze niet te leren, maar het scheelt als je een offerte leest en weet waar je ja tegen zegt. Staat er iets niet bij, mail het me dan; dan zet ik het erbij.
Code & bouwen
Waar ik mee bouwGitHub
De plek waar de code van je project staat opgeslagen, met de volledige geschiedenis van elke wijziging erbij. Vergelijk het met Google Drive voor code: je ziet wie wat wanneer heeft veranderd en je kunt terug naar gisteren als iets misgaat. Belangrijk voor jou om één reden: als de code op jouw GitHub-account staat, ben je niet afhankelijk van de developer die hem geschreven heeft.
Repository (repo)
Eén project op GitHub: alle bestanden van je website of applicatie bij elkaar. Als iemand vraagt of je 'toegang tot de repo' hebt, wordt bedoeld: kun je bij je eigen code.
Broncode
De tekstbestanden waaruit je site of applicatie is opgebouwd. Zonder broncode heb je alleen het eindresultaat en kan niemand er nog iets aan veranderen, ook jij niet. Daarom hoort die bij oplevering van jou te zijn, niet van het bureau.
Framework
Een verzameling kant-en-klare bouwstenen waar developers mee beginnen, zodat niet elk project weer bij nul begint. Next.js en React zijn frameworks. Het alternatief is een eigen systeem dat alleen de maker begrijpt, en dat is precies wat je niet wilt.
React
De meest gebruikte manier om schermen te bouwen die reageren zonder dat de pagina herlaadt: filters, formulieren, dashboards. Gemaakt door Meta, gratis te gebruiken, bekend bij vrijwel elke webdeveloper.
Next.js
Het framework bovenop React dat ervoor zorgt dat je pagina's ook snel laden en vindbaar zijn voor Google. React alleen levert vaak een site op die voor een zoekmachine leeg is; Next.js lost dat op.
Open source
Software waarvan de code openbaar is en die je gratis mag gebruiken, ook commercieel. Next.js, React en de meeste techniek die ik gebruik zijn open source: geen licentiekosten, geen leverancier die de prijs kan verhogen.
Frontend & backend
Frontend is alles wat je op je scherm ziet: knoppen, teksten, kleuren. Backend is wat je niet ziet: de database, de berekeningen, de mails die verstuurd worden. Een 'simpele' knop kan dus veel werk zijn als er backend achter zit.
Database
Waar de gegevens van je applicatie blijven staan: klanten, bestellingen, facturen, instellingen. Een website zonder database toont vaste teksten; zodra iemand iets kan invoeren dat morgen nog bestaat, is er een database in het spel.
API
Een vaste afspraak waarmee twee systemen gegevens uitwisselen zonder dat er een mens tussen zit. Je boekhoudpakket dat automatisch een factuur krijgt uit je webshop: dat loopt over een API. Als een pakket 'geen API' heeft, wordt koppelen ineens veel duurder.
Webhook
Een seintje dat een systeem zelf stuurt zodra er iets gebeurt, in plaats van dat jouw systeem elke minuut moet vragen of er nieuws is. Een betaling die binnenkomt bij Mollie en meteen de status van je bestelling omzet: dat is een webhook.
Integratie of koppeling
Twee systemen die elkaars gegevens gebruiken, bijvoorbeeld je site en je CRM. Dit is meestal het onderdeel waar de tijd in gaat zitten, niet het ontwerp, omdat elk bestaand systeem zijn eigen eigenaardigheden heeft.
Online zetten & bereikbaar blijven
Onderhoud & beheerHosting
De computer die je website dag en nacht aan de wereld serveert. Je huurt die per maand, meestal voor een paar tientjes tot een paar honderd euro, afhankelijk van hoeveel bezoekers en gegevens er langskomen.
Domeinnaam
Je adres op internet, bijvoorbeeld webframer.nl. Die huur je per jaar, los van je hosting. Zorg dat hij op jouw naam en jouw account staat, niet op die van je bureau; het terughalen van een domein is een van de vervelendste gesprekken die er zijn.
DNS
Het telefoonboek van internet: het vertaalt jouw domeinnaam naar de computer waar je site staat. Verhuis je naar een andere hosting, dan wijzig je DNS-instellingen. Wijzigingen kunnen tot een dag duren voordat iedereen ze ziet.
SSL of https
Het slotje in de adresbalk. Het versleutelt het verkeer tussen bezoeker en site, is tegenwoordig gratis en verplicht: zonder https zetten browsers een waarschuwing bij je site en Google zet je lager.
CDN
Een netwerk van servers verspreid over de wereld dat kopieën van je afbeeldingen en pagina's dichter bij de bezoeker zet. Het verschil merk je vooral als je bezoekers uit meerdere landen komen.
Deployen
Het live zetten van een wijziging. Bij een moderne opzet is dat een handeling van een minuut, automatisch, met de mogelijkheid om binnen een minuut terug te draaien als er iets stuk blijkt.
Staging of testomgeving
Een tweede, afgeschermde kopie van je site waar nieuwe dingen eerst getest worden. Zo zien bezoekers nooit een half afgemaakte functie, en kun jij meekijken voordat iets echt live gaat.
Back-up
Een kopie van je site en database van gisteren, vorige week en vorige maand. Belangrijker dan mensen denken: de meeste rampen zijn niet gehackt worden, maar iemand die per ongeluk iets weggooit.
Uptime
Het percentage van de tijd dat je site bereikbaar is. 99,9% klinkt als bijna altijd en betekent ongeveer acht uur per jaar plat. Bij een webshop of portaal is dat het verschil tussen ongemak en omzetverlies.
Je site, gevonden en gebruikt
Website laten makenCMS
Content Management System: het beheerscherm waar je zelf teksten, foto's en pagina's aanpast zonder developer. Nuttig als er wekelijks iets verandert. Verandert er twee keer per jaar iets, dan is een CMS onderhoud dat je nooit terugverdient.
SEO
Alles wat ervoor zorgt dat mensen je vinden via Google zonder dat je per klik betaalt: techniek, snelheid, structuur en vooral teksten die antwoord geven op wat iemand zoekt. Het is geen knop die je aanzet, het is een maand of drie geduld.
Core Web Vitals
De drie cijfers waarmee Google meet hoe snel en stabiel je site aanvoelt: hoe snel het grootste blok in beeld staat, hoe snel de site reageert op een klik, en of de pagina onder je vinger verspringt. Staan die in het rood, dan kost dat posities.
Responsive
Een site die zich aanpast aan het scherm: telefoon, tablet, laptop. Geen extraatje, gewoon de basis — het merendeel van je bezoekers zit op een telefoon.
Toegankelijkheid
Bruikbaar zijn voor mensen met een beperking: voldoende contrast, bedienbaar met alleen een toetsenbord, leesbaar door een schermlezer. Voor overheid en semi-overheid wettelijk verplicht, voor de rest gewoon verstandig.
Conversie
Het percentage bezoekers dat doet waar je de site voor hebt: offerte aanvragen, bellen, bestellen. Tien procent meer conversie is meestal goedkoper te halen dan tien procent meer bezoekers.
SaaS
Software as a Service: software waar klanten maandelijks voor betalen in plaats van eenmalig, en die in de browser draait. Denk aan Exact of Teamleader. Bouw je dit zelf, dan komen daar abonnementen, facturatie en meerdere klanten naast elkaar bij kijken.
Klantportaal
Een afgeschermd deel van je site waar klanten inloggen en hun eigen offertes, facturen of projectstatus zien. Bestaat om de vragen te voorkomen die nu per mail en telefoon binnenkomen.
Tweefactorauthenticatie (2FA)
Inloggen met je wachtwoord plus een code van je telefoon. Zodra er persoonsgegevens of geld achter een login zitten, is dit geen luxe meer.
AI & vibe coding
Vibecode naar productieVibe coding
Software bouwen door in gewone taal te beschrijven wat je wilt en de AI de code te laten schrijven. Werkt verrassend goed tot een demo, en loopt daarna meestal vast op inloggen, betalingen en veiligheid — precies de onderdelen waar het misgaan geld kost.
Lovable, Bolt, v0, Replit
Tools waarmee je zonder programmeerkennis een werkende eerste versie klikt. Prima om een idee te testen. Ze leveren echte code op, dus wat je daar maakt kan meestal worden overgenomen en afgemaakt in plaats van weggegooid.
Prompt
De opdracht die je aan een AI geeft. In dit vak bepaalt de kwaliteit van de opdracht de kwaliteit van het resultaat: 'maak een webshop' levert iets anders op dan drie alinea's over wat er precies moet gebeuren als een betaling mislukt.
LLM
Large Language Model: het type AI achter ChatGPT en Claude. Het voorspelt tekst, en code is tekst — daarom kan het programmeren. Het weet alleen niet wanneer het iets verzint, en dat is de reden dat iemand het na moet kijken.
Technische schuld
Snelle keuzes van vandaag die je morgen tijd kosten. Elke codebase heeft het; het wordt pas een probleem als elke nieuwe functie langer duurt dan de vorige. Bij AI-gegenereerde projecten stapelt het sneller dan mensen verwachten.
Refactoren
Code opruimen zonder dat er van buiten iets verandert. Voelt als niets opleveren en is het verschil tussen een project waar over een jaar nog aan te bouwen valt en een project dat opnieuw moet.
Laten we bouwen
Vertel wat je
wilt bouwen.
Een gesprek van een half uur. Je krijgt een eerlijk antwoord over wat het kost, hoe lang het duurt en of het slim is om te bouwen.